كل أفعال الهولندية

beantwoorden

يجيب

منتظمhebben

مثال

De leraar beantwoordt de vraag.

المعلم يجيب على السؤال.

المضارع (Tegenwoordige tijd)

ik
beantwoord
jij
beantwoordt
hij/zij/het
beantwoordt
wij
beantwoorden
jullie
beantwoorden
zij
beantwoorden

الماضي البسيط (O.V.T.)

ik
beantwoordde
jij
beantwoordde
hij/zij/het
beantwoordde
wij
beantwoordden
jullie
beantwoordden
zij
beantwoordden

الماضي التام (V.T.T.)

ik
heb gebeantwoord
jij
hebt gebeantwoord
hij/zij/het
heeft gebeantwoord
wij
hebben gebeantwoord
jullie
hebben gebeantwoord
zij
hebben gebeantwoord

المستقبل (Toekomende tijd)

ik
zal beantwoorden
jij
zult beantwoorden
hij/zij/het
zal beantwoorden
wij
zullen beantwoorden
jullie
zullen beantwoorden
zij
zullen beantwoorden

المشروط (Conditionalis)

ik
zou beantwoorden
jij
zou beantwoorden
hij/zij/het
zou beantwoorden
wij
zouden beantwoorden
jullie
zouden beantwoorden
zij
zouden beantwoorden

الأمر

jij
beantwoord
u / jullie
beantwoordt
تدرّب على هذا الفعل