ASAGN
تعلّم
التدريب
الامتحانات
الاختبارات
المجتمع
الثقافة
المدرّسون
الاشتراكات
المؤسسات
أدوات
EN
تسجيل الدخول
إنشاء حساب
كل أفعال الهولندية
gaan
يذهب
شاذ
zijn
مثال
Ik ga naar mijn werk.
أذهب إلى العمل.
المضارع (Tegenwoordige tijd)
ik
ga
jij
gaat
hij/zij/het
gaat
wij
gaan
jullie
gaan
zij
gaan
الماضي البسيط (O.V.T.)
ik
ging
jij
ging
hij/zij/het
ging
wij
gingen
jullie
gingen
zij
gingen
الماضي التام (V.T.T.)
ik
ben gegaan
jij
bent gegaan
hij/zij/het
is gegaan
wij
zijn gegaan
jullie
zijn gegaan
zij
zijn gegaan
المستقبل (Toekomende tijd)
ik
zal gaan
jij
zult gaan
hij/zij/het
zal gaan
wij
zullen gaan
jullie
zullen gaan
zij
zullen gaan
المشروط (Conditionalis)
ik
zou gaan
jij
zou gaan
hij/zij/het
zou gaan
wij
zouden gaan
jullie
zouden gaan
zij
zouden gaan
الأمر
jij
ga
u / jullie
gaat
تدرّب على هذا الفعل
أفعال ذات صلة
beginnen
blijven
brengen
denken
doen
drinken