كل أفعال الهولندية

leven

يعيش

منتظمhebben

مثال

Mijn opa leeft nog.

جدي لا يزال على قيد الحياة.

المضارع (Tegenwoordige tijd)

ik
leef
jij
leeft
hij/zij/het
leeft
wij
leven
jullie
leven
zij
leven

الماضي البسيط (O.V.T.)

ik
leefde
jij
leefde
hij/zij/het
leefde
wij
leefden
jullie
leefden
zij
leefden

الماضي التام (V.T.T.)

ik
heb geleefd
jij
hebt geleefd
hij/zij/het
heeft geleefd
wij
hebben geleefd
jullie
hebben geleefd
zij
hebben geleefd

المستقبل (Toekomende tijd)

ik
zal leven
jij
zult leven
hij/zij/het
zal leven
wij
zullen leven
jullie
zullen leven
zij
zullen leven

المشروط (Conditionalis)

ik
zou leven
jij
zou leven
hij/zij/het
zou leven
wij
zouden leven
jullie
zouden leven
zij
zouden leven

الأمر

jij
leef
u / jullie
leeft
تدرّب على هذا الفعل