ASAGN
تعلّم
التدريب
الامتحانات
الاختبارات
المجتمع
الثقافة
المدرّسون
الاشتراكات
المؤسسات
أدوات
EN
تسجيل الدخول
إنشاء حساب
كل أفعال الهولندية
leven
يعيش
منتظم
hebben
مثال
Mijn opa leeft nog.
جدي لا يزال على قيد الحياة.
المضارع (Tegenwoordige tijd)
ik
leef
jij
leeft
hij/zij/het
leeft
wij
leven
jullie
leven
zij
leven
الماضي البسيط (O.V.T.)
ik
leefde
jij
leefde
hij/zij/het
leefde
wij
leefden
jullie
leefden
zij
leefden
الماضي التام (V.T.T.)
ik
heb geleefd
jij
hebt geleefd
hij/zij/het
heeft geleefd
wij
hebben geleefd
jullie
hebben geleefd
zij
hebben geleefd
المستقبل (Toekomende tijd)
ik
zal leven
jij
zult leven
hij/zij/het
zal leven
wij
zullen leven
jullie
zullen leven
zij
zullen leven
المشروط (Conditionalis)
ik
zou leven
jij
zou leven
hij/zij/het
zou leven
wij
zouden leven
jullie
zouden leven
zij
zouden leven
الأمر
jij
leef
u / jullie
leeft
تدرّب على هذا الفعل
أفعال ذات صلة
andwoorden
antwoorden
beantwoorden
bellen
bestellen
betalen