كل أفعال الهولندية

noemen

يسمي

منتظمhebben

مثال

Ze noemen hem de baas.

يسمونه الرئيس.

المضارع (Tegenwoordige tijd)

ik
noem
jij
noemt
hij/zij/het
noemt
wij
noemen
jullie
noemen
zij
noemen

الماضي البسيط (O.V.T.)

ik
noemde
jij
noemde
hij/zij/het
noemde
wij
noemden
jullie
noemden
zij
noemden

الماضي التام (V.T.T.)

ik
heb genoemd
jij
hebt genoemd
hij/zij/het
heeft genoemd
wij
hebben genoemd
jullie
hebben genoemd
zij
hebben genoemd

المستقبل (Toekomende tijd)

ik
zal noemen
jij
zult noemen
hij/zij/het
zal noemen
wij
zullen noemen
jullie
zullen noemen
zij
zullen noemen

المشروط (Conditionalis)

ik
zou noemen
jij
zou noemen
hij/zij/het
zou noemen
wij
zouden noemen
jullie
zouden noemen
zij
zouden noemen

الأمر

jij
noem
u / jullie
noemt
تدرّب على هذا الفعل