ASAGN
تعلّم
التدريب
الامتحانات
الاختبارات
المجتمع
الثقافة
المدرّسون
الاشتراكات
المؤسسات
أدوات
EN
تسجيل الدخول
إنشاء حساب
كل أفعال الهولندية
spelen
يلعب
منتظم
hebben
مثال
De kinderen spelen in het park.
الأطفال يلعبون في الحديقة.
المضارع (Tegenwoordige tijd)
ik
speel
jij
speelt
hij/zij/het
speelt
wij
spelen
jullie
spelen
zij
spelen
الماضي البسيط (O.V.T.)
ik
speelde
jij
speelde
hij/zij/het
speelde
wij
speelden
jullie
speelden
zij
speelden
الماضي التام (V.T.T.)
ik
heb gespeeld
jij
hebt gespeeld
hij/zij/het
heeft gespeeld
wij
hebben gespeeld
jullie
hebben gespeeld
zij
hebben gespeeld
المستقبل (Toekomende tijd)
ik
zal spelen
jij
zult spelen
hij/zij/het
zal spelen
wij
zullen spelen
jullie
zullen spelen
zij
zullen spelen
المشروط (Conditionalis)
ik
zou spelen
jij
zou spelen
hij/zij/het
zou spelen
wij
zouden spelen
jullie
zouden spelen
zij
zouden spelen
الأمر
jij
speel
u / jullie
speelt
تدرّب على هذا الفعل
أفعال ذات صلة
andwoorden
antwoorden
beantwoorden
bellen
bestellen
betalen