ASAGN
Learn
Practice
Exams
Tests
Community
Culture
Tutors
Pricing
Organizations
Tools
عربي
Sign in
Create account
All Dutch verbs
beginnen
to begin
Irregular
zijn
Example
De les begint om negen uur.
The lesson begins at nine o’clock.
Tegenwoordige tijd (present)
ik
begin
jij
begint
hij/zij/het
begint
wij
beginnen
jullie
beginnen
zij
beginnen
Onvoltooid verleden tijd (simple past)
ik
begon
jij
begon
hij/zij/het
begon
wij
begonnen
jullie
begonnen
zij
begonnen
Voltooid tegenwoordige tijd (present perfect)
ik
ben begonnen
jij
bent begonnen
hij/zij/het
is begonnen
wij
zijn begonnen
jullie
zijn begonnen
zij
zijn begonnen
Toekomende tijd (future)
ik
zal beginnen
jij
zult beginnen
hij/zij/het
zal beginnen
wij
zullen beginnen
jullie
zullen beginnen
zij
zullen beginnen
Conditionalis (conditional)
ik
zou beginnen
jij
zou beginnen
hij/zij/het
zou beginnen
wij
zouden beginnen
jullie
zouden beginnen
zij
zouden beginnen
Imperative
jij
begin
u / jullie
begint
Practise this verb
Related verbs
blijven
brengen
denken
doen
drinken
eten