All Dutch verbs

doen

to do

Irregularhebben

Example

Wat doe je vandaag?

What are you doing today?

Tegenwoordige tijd (present)

ik
doe
jij
doet
hij/zij/het
doet
wij
doen
jullie
doen
zij
doen

Onvoltooid verleden tijd (simple past)

ik
deed
jij
deed
hij/zij/het
deed
wij
deden
jullie
deden
zij
deden

Voltooid tegenwoordige tijd (present perfect)

ik
heb gedaan
jij
hebt gedaan
hij/zij/het
heeft gedaan
wij
hebben gedaan
jullie
hebben gedaan
zij
hebben gedaan

Toekomende tijd (future)

ik
zal doen
jij
zult doen
hij/zij/het
zal doen
wij
zullen doen
jullie
zullen doen
zij
zullen doen

Conditionalis (conditional)

ik
zou doen
jij
zou doen
hij/zij/het
zou doen
wij
zouden doen
jullie
zouden doen
zij
zouden doen

Imperative

jij
doe
u / jullie
doet
Practise this verb