ASAGN
Learn
Practice
Exams
Tests
Community
Culture
Tutors
Pricing
Organizations
Tools
عربي
Sign in
Create account
All Dutch verbs
doen
to do
Irregular
hebben
Example
Wat doe je vandaag?
What are you doing today?
Tegenwoordige tijd (present)
ik
doe
jij
doet
hij/zij/het
doet
wij
doen
jullie
doen
zij
doen
Onvoltooid verleden tijd (simple past)
ik
deed
jij
deed
hij/zij/het
deed
wij
deden
jullie
deden
zij
deden
Voltooid tegenwoordige tijd (present perfect)
ik
heb gedaan
jij
hebt gedaan
hij/zij/het
heeft gedaan
wij
hebben gedaan
jullie
hebben gedaan
zij
hebben gedaan
Toekomende tijd (future)
ik
zal doen
jij
zult doen
hij/zij/het
zal doen
wij
zullen doen
jullie
zullen doen
zij
zullen doen
Conditionalis (conditional)
ik
zou doen
jij
zou doen
hij/zij/het
zou doen
wij
zouden doen
jullie
zouden doen
zij
zouden doen
Imperative
jij
doe
u / jullie
doet
Practise this verb
Related verbs
beginnen
blijven
brengen
denken
drinken
eten