All Dutch verbs

helpen

to help

Irregularhebben

Example

Kun je me helpen?

Can you help me?

Tegenwoordige tijd (present)

ik
help
jij
helpt
hij/zij/het
helpt
wij
helpen
jullie
helpen
zij
helpen

Onvoltooid verleden tijd (simple past)

ik
hielp
jij
hielp
hij/zij/het
hielp
wij
hielpen
jullie
hielpen
zij
hielpen

Voltooid tegenwoordige tijd (present perfect)

ik
heb geholpen
jij
hebt geholpen
hij/zij/het
heeft geholpen
wij
hebben geholpen
jullie
hebben geholpen
zij
hebben geholpen

Toekomende tijd (future)

ik
zal helpen
jij
zult helpen
hij/zij/het
zal helpen
wij
zullen helpen
jullie
zullen helpen
zij
zullen helpen

Conditionalis (conditional)

ik
zou helpen
jij
zou helpen
hij/zij/het
zou helpen
wij
zouden helpen
jullie
zouden helpen
zij
zouden helpen

Imperative

jij
help
u / jullie
helpt
Practise this verb