ASAGN
Learn
Practice
Exams
Tests
Community
Culture
Tutors
Pricing
Organizations
Tools
عربي
Sign in
Create account
All Dutch verbs
helpen
to help
Irregular
hebben
Example
Kun je me helpen?
Can you help me?
Tegenwoordige tijd (present)
ik
help
jij
helpt
hij/zij/het
helpt
wij
helpen
jullie
helpen
zij
helpen
Onvoltooid verleden tijd (simple past)
ik
hielp
jij
hielp
hij/zij/het
hielp
wij
hielpen
jullie
hielpen
zij
hielpen
Voltooid tegenwoordige tijd (present perfect)
ik
heb geholpen
jij
hebt geholpen
hij/zij/het
heeft geholpen
wij
hebben geholpen
jullie
hebben geholpen
zij
hebben geholpen
Toekomende tijd (future)
ik
zal helpen
jij
zult helpen
hij/zij/het
zal helpen
wij
zullen helpen
jullie
zullen helpen
zij
zullen helpen
Conditionalis (conditional)
ik
zou helpen
jij
zou helpen
hij/zij/het
zou helpen
wij
zouden helpen
jullie
zouden helpen
zij
zouden helpen
Imperative
jij
help
u / jullie
helpt
Practise this verb
Related verbs
beginnen
blijven
brengen
denken
doen
drinken