ASAGN
Learn
Practice
Exams
Tests
Community
Culture
Tutors
Pricing
Organizations
Tools
عربي
Sign in
Create account
All Dutch verbs
lopen
to walk
Irregular
zijn
Example
Wij lopen elke ochtend.
We walk every morning.
Tegenwoordige tijd (present)
ik
loop
jij
loopt
hij/zij/het
loopt
wij
lopen
jullie
lopen
zij
lopen
Onvoltooid verleden tijd (simple past)
ik
liep
jij
liep
hij/zij/het
liep
wij
liepen
jullie
liepen
zij
liepen
Voltooid tegenwoordige tijd (present perfect)
ik
ben gelopen
jij
bent gelopen
hij/zij/het
is gelopen
wij
zijn gelopen
jullie
zijn gelopen
zij
zijn gelopen
Toekomende tijd (future)
ik
zal lopen
jij
zult lopen
hij/zij/het
zal lopen
wij
zullen lopen
jullie
zullen lopen
zij
zullen lopen
Conditionalis (conditional)
ik
zou lopen
jij
zou lopen
hij/zij/het
zou lopen
wij
zouden lopen
jullie
zouden lopen
zij
zouden lopen
Imperative
jij
loop
u / jullie
loopt
Practise this verb
Related verbs
beginnen
blijven
brengen
denken
doen
drinken