All Dutch verbs

nemen

to take

Irregularhebben

Example

Wij nemen de trein.

We take the train.

Tegenwoordige tijd (present)

ik
neem
jij
neemt
hij/zij/het
neemt
wij
nemen
jullie
nemen
zij
nemen

Onvoltooid verleden tijd (simple past)

ik
nam
jij
nam
hij/zij/het
nam
wij
namen
jullie
namen
zij
namen

Voltooid tegenwoordige tijd (present perfect)

ik
heb genomen
jij
hebt genomen
hij/zij/het
heeft genomen
wij
hebben genomen
jullie
hebben genomen
zij
hebben genomen

Toekomende tijd (future)

ik
zal nemen
jij
zult nemen
hij/zij/het
zal nemen
wij
zullen nemen
jullie
zullen nemen
zij
zullen nemen

Conditionalis (conditional)

ik
zou nemen
jij
zou nemen
hij/zij/het
zou nemen
wij
zouden nemen
jullie
zouden nemen
zij
zouden nemen

Imperative

jij
neem
u / jullie
neemt
Practise this verb