ASAGN
Learn
Practice
Exams
Tests
Community
Culture
Tutors
Pricing
Organizations
Tools
عربي
Sign in
Create account
All Dutch verbs
nemen
to take
Irregular
hebben
Example
Wij nemen de trein.
We take the train.
Tegenwoordige tijd (present)
ik
neem
jij
neemt
hij/zij/het
neemt
wij
nemen
jullie
nemen
zij
nemen
Onvoltooid verleden tijd (simple past)
ik
nam
jij
nam
hij/zij/het
nam
wij
namen
jullie
namen
zij
namen
Voltooid tegenwoordige tijd (present perfect)
ik
heb genomen
jij
hebt genomen
hij/zij/het
heeft genomen
wij
hebben genomen
jullie
hebben genomen
zij
hebben genomen
Toekomende tijd (future)
ik
zal nemen
jij
zult nemen
hij/zij/het
zal nemen
wij
zullen nemen
jullie
zullen nemen
zij
zullen nemen
Conditionalis (conditional)
ik
zou nemen
jij
zou nemen
hij/zij/het
zou nemen
wij
zouden nemen
jullie
zouden nemen
zij
zouden nemen
Imperative
jij
neem
u / jullie
neemt
Practise this verb
Related verbs
beginnen
blijven
brengen
denken
doen
drinken