ASAGN
Learn
Practice
Exams
Tests
Community
Culture
Tutors
Pricing
Organizations
Tools
عربي
Sign in
Create account
All Dutch verbs
zijn
to be
Irregular
zijn
Example
Ik ben moe.
I am tired.
Tegenwoordige tijd (present)
ik
ben
jij
bent
hij/zij/het
is
wij
zijn
jullie
zijn
zij
zijn
Onvoltooid verleden tijd (simple past)
ik
was
jij
was
hij/zij/het
was
wij
waren
jullie
waren
zij
waren
Voltooid tegenwoordige tijd (present perfect)
ik
ben geweest
jij
bent geweest
hij/zij/het
is geweest
wij
zijn geweest
jullie
zijn geweest
zij
zijn geweest
Toekomende tijd (future)
ik
zal zijn
jij
zult zijn
hij/zij/het
zal zijn
wij
zullen zijn
jullie
zullen zijn
zij
zullen zijn
Conditionalis (conditional)
ik
zou zijn
jij
zou zijn
hij/zij/het
zou zijn
wij
zouden zijn
jullie
zouden zijn
zij
zouden zijn
Imperative
jij
wees
u / jullie
weest
Practise this verb
Related verbs
beginnen
blijven
brengen
denken
doen
drinken