ASAGN
Learn
Practice
Exams
Tests
Community
Culture
Tutors
Pricing
Organizations
Tools
عربي
Sign in
Create account
All Dutch verbs
andwoorden
to answer
Regular
hebben
Example
De student antwoordt op de vraag.
The student answers the question.
Tegenwoordige tijd (present)
ik
andwoord
jij
andwoordt
hij/zij/het
andwoordt
wij
andwoorden
jullie
andwoorden
zij
andwoorden
Onvoltooid verleden tijd (simple past)
ik
andwoordde
jij
andwoordde
hij/zij/het
andwoordde
wij
andwoordden
jullie
andwoordden
zij
andwoordden
Voltooid tegenwoordige tijd (present perfect)
ik
heb geandwoord
jij
hebt geandwoord
hij/zij/het
heeft geandwoord
wij
hebben geandwoord
jullie
hebben geandwoord
zij
hebben geandwoord
Toekomende tijd (future)
ik
zal andwoorden
jij
zult andwoorden
hij/zij/het
zal andwoorden
wij
zullen andwoorden
jullie
zullen andwoorden
zij
zullen andwoorden
Conditionalis (conditional)
ik
zou andwoorden
jij
zou andwoorden
hij/zij/het
zou andwoorden
wij
zouden andwoorden
jullie
zouden andwoorden
zij
zouden andwoorden
Imperative
jij
andwoord
u / jullie
andwoordt
Practise this verb
Related verbs
antwoorden
beantwoorden
bellen
bestellen
betalen
bezoeken