ASAGN
Learn
Practice
Exams
Tests
Community
Culture
Tutors
Pricing
Organizations
Tools
عربي
Sign in
Create account
All Dutch verbs
betalen
to pay
Regular
hebben
Example
Ik betaal met mijn pinpas.
I am paying with my debit card.
Tegenwoordige tijd (present)
ik
betaal
jij
betaalt
hij/zij/het
betaalt
wij
betalen
jullie
betalen
zij
betalen
Onvoltooid verleden tijd (simple past)
ik
betaalde
jij
betaalde
hij/zij/het
betaalde
wij
betaalden
jullie
betaalden
zij
betaalden
Voltooid tegenwoordige tijd (present perfect)
ik
heb gebetaald
jij
hebt gebetaald
hij/zij/het
heeft gebetaald
wij
hebben gebetaald
jullie
hebben gebetaald
zij
hebben gebetaald
Toekomende tijd (future)
ik
zal betalen
jij
zult betalen
hij/zij/het
zal betalen
wij
zullen betalen
jullie
zullen betalen
zij
zullen betalen
Conditionalis (conditional)
ik
zou betalen
jij
zou betalen
hij/zij/het
zou betalen
wij
zouden betalen
jullie
zouden betalen
zij
zouden betalen
Imperative
jij
betaal
u / jullie
betaalt
Practise this verb
Related verbs
andwoorden
antwoorden
beantwoorden
bellen
bestellen
bezoeken