ASAGN
Learn
Practice
Exams
Tests
Community
Culture
Tutors
Pricing
Organizations
Tools
عربي
Sign in
Create account
All Dutch verbs
bellen
to call (by phone)
Regular
hebben
Example
Ik bel je vanavond.
I will call you tonight.
Tegenwoordige tijd (present)
ik
bel
jij
belt
hij/zij/het
belt
wij
bellen
jullie
bellen
zij
bellen
Onvoltooid verleden tijd (simple past)
ik
belde
jij
belde
hij/zij/het
belde
wij
belden
jullie
belden
zij
belden
Voltooid tegenwoordige tijd (present perfect)
ik
heb gebeld
jij
hebt gebeld
hij/zij/het
heeft gebeld
wij
hebben gebeld
jullie
hebben gebeld
zij
hebben gebeld
Toekomende tijd (future)
ik
zal bellen
jij
zult bellen
hij/zij/het
zal bellen
wij
zullen bellen
jullie
zullen bellen
zij
zullen bellen
Conditionalis (conditional)
ik
zou bellen
jij
zou bellen
hij/zij/het
zou bellen
wij
zouden bellen
jullie
zouden bellen
zij
zouden bellen
Imperative
jij
bel
u / jullie
belt
Practise this verb
Related verbs
andwoorden
antwoorden
beantwoorden
bestellen
betalen
bezoeken