ASAGN
Learn
Practice
Exams
Tests
Community
Culture
Tutors
Pricing
Organizations
Tools
عربي
Sign in
Create account
All Dutch verbs
dromen
to dream
Regular
hebben
Example
Ik droom vaak over vakantie.
I often dream about holidays.
Tegenwoordige tijd (present)
ik
droom
jij
droomt
hij/zij/het
droomt
wij
dromen
jullie
dromen
zij
dromen
Onvoltooid verleden tijd (simple past)
ik
droomde
jij
droomde
hij/zij/het
droomde
wij
droomden
jullie
droomden
zij
droomden
Voltooid tegenwoordige tijd (present perfect)
ik
heb gedroomd
jij
hebt gedroomd
hij/zij/het
heeft gedroomd
wij
hebben gedroomd
jullie
hebben gedroomd
zij
hebben gedroomd
Toekomende tijd (future)
ik
zal dromen
jij
zult dromen
hij/zij/het
zal dromen
wij
zullen dromen
jullie
zullen dromen
zij
zullen dromen
Conditionalis (conditional)
ik
zou dromen
jij
zou dromen
hij/zij/het
zou dromen
wij
zouden dromen
jullie
zouden dromen
zij
zouden dromen
Imperative
jij
droom
u / jullie
droomt
Practise this verb
Related verbs
andwoorden
antwoorden
beantwoorden
bellen
bestellen
betalen