ASAGN
Learn
Practice
Exams
Tests
Community
Culture
Tutors
Pricing
Organizations
Tools
عربي
Sign in
Create account
All Dutch verbs
malen
to grind
Regular
hebben
Example
Hij maalt de koffiebonen.
He is grinding the coffee beans.
Tegenwoordige tijd (present)
ik
maal
jij
maalt
hij/zij/het
maalt
wij
malen
jullie
malen
zij
malen
Onvoltooid verleden tijd (simple past)
ik
maalde
jij
maalde
hij/zij/het
maalde
wij
maalden
jullie
maalden
zij
maalden
Voltooid tegenwoordige tijd (present perfect)
ik
heb gemaald
jij
hebt gemaald
hij/zij/het
heeft gemaald
wij
hebben gemaald
jullie
hebben gemaald
zij
hebben gemaald
Toekomende tijd (future)
ik
zal malen
jij
zult malen
hij/zij/het
zal malen
wij
zullen malen
jullie
zullen malen
zij
zullen malen
Conditionalis (conditional)
ik
zou malen
jij
zou malen
hij/zij/het
zou malen
wij
zouden malen
jullie
zouden malen
zij
zouden malen
Imperative
jij
maal
u / jullie
maalt
Practise this verb
Related verbs
andwoorden
antwoorden
beantwoorden
bellen
bestellen
betalen