All Dutch verbs

openen

to open

Regularhebben

Example

De winkel opent om negen uur.

The shop opens at nine o’clock.

Tegenwoordige tijd (present)

ik
open
jij
opent
hij/zij/het
opent
wij
openen
jullie
openen
zij
openen

Onvoltooid verleden tijd (simple past)

ik
opende
jij
opende
hij/zij/het
opende
wij
openden
jullie
openden
zij
openden

Voltooid tegenwoordige tijd (present perfect)

ik
heb geopend
jij
hebt geopend
hij/zij/het
heeft geopend
wij
hebben geopend
jullie
hebben geopend
zij
hebben geopend

Toekomende tijd (future)

ik
zal openen
jij
zult openen
hij/zij/het
zal openen
wij
zullen openen
jullie
zullen openen
zij
zullen openen

Conditionalis (conditional)

ik
zou openen
jij
zou openen
hij/zij/het
zou openen
wij
zouden openen
jullie
zouden openen
zij
zouden openen

Imperative

jij
open
u / jullie
opent
Practise this verb