ASAGN
Learn
Practice
Exams
Tests
Community
Culture
Tutors
Pricing
Organizations
Tools
عربي
Sign in
Create account
All Dutch verbs
pakken
to grab
Regular
hebben
Example
Hij pakte zijn tas en vertrok.
He grabbed his bag and left.
Tegenwoordige tijd (present)
ik
pak
jij
pakt
hij/zij/het
pakt
wij
pakken
jullie
pakken
zij
pakken
Onvoltooid verleden tijd (simple past)
ik
pakte
jij
pakte
hij/zij/het
pakte
wij
pakten
jullie
pakten
zij
pakten
Voltooid tegenwoordige tijd (present perfect)
ik
heb gepakt
jij
hebt gepakt
hij/zij/het
heeft gepakt
wij
hebben gepakt
jullie
hebben gepakt
zij
hebben gepakt
Toekomende tijd (future)
ik
zal pakken
jij
zult pakken
hij/zij/het
zal pakken
wij
zullen pakken
jullie
zullen pakken
zij
zullen pakken
Conditionalis (conditional)
ik
zou pakken
jij
zou pakken
hij/zij/het
zou pakken
wij
zouden pakken
jullie
zouden pakken
zij
zouden pakken
Imperative
jij
pak
u / jullie
pakt
Practise this verb
Related verbs
andwoorden
antwoorden
beantwoorden
bellen
bestellen
betalen