All Dutch verbs

pakken

to grab

Regularhebben

Example

Hij pakte zijn tas en vertrok.

He grabbed his bag and left.

Tegenwoordige tijd (present)

ik
pak
jij
pakt
hij/zij/het
pakt
wij
pakken
jullie
pakken
zij
pakken

Onvoltooid verleden tijd (simple past)

ik
pakte
jij
pakte
hij/zij/het
pakte
wij
pakten
jullie
pakten
zij
pakten

Voltooid tegenwoordige tijd (present perfect)

ik
heb gepakt
jij
hebt gepakt
hij/zij/het
heeft gepakt
wij
hebben gepakt
jullie
hebben gepakt
zij
hebben gepakt

Toekomende tijd (future)

ik
zal pakken
jij
zult pakken
hij/zij/het
zal pakken
wij
zullen pakken
jullie
zullen pakken
zij
zullen pakken

Conditionalis (conditional)

ik
zou pakken
jij
zou pakken
hij/zij/het
zou pakken
wij
zouden pakken
jullie
zouden pakken
zij
zouden pakken

Imperative

jij
pak
u / jullie
pakt
Practise this verb