All Dutch verbs

raden

to guess

Regularhebben

Example

Kun jij dit raadsel raden?

Can you guess this riddle?

Tegenwoordige tijd (present)

ik
raad
jij
raadt
hij/zij/het
raadt
wij
raden
jullie
raden
zij
raden

Onvoltooid verleden tijd (simple past)

ik
raadde
jij
raadde
hij/zij/het
raadde
wij
raadden
jullie
raadden
zij
raadden

Voltooid tegenwoordige tijd (present perfect)

ik
heb geraad
jij
hebt geraad
hij/zij/het
heeft geraad
wij
hebben geraad
jullie
hebben geraad
zij
hebben geraad

Toekomende tijd (future)

ik
zal raden
jij
zult raden
hij/zij/het
zal raden
wij
zullen raden
jullie
zullen raden
zij
zullen raden

Conditionalis (conditional)

ik
zou raden
jij
zou raden
hij/zij/het
zou raden
wij
zouden raden
jullie
zouden raden
zij
zouden raden

Imperative

jij
raad
u / jullie
raadt
Practise this verb