All Dutch verbs

vieren

to celebrate

Regularhebben

Example

Wij vieren mijn verjaardag vandaag.

We are celebrating my birthday today.

Tegenwoordige tijd (present)

ik
vier
jij
viert
hij/zij/het
viert
wij
vieren
jullie
vieren
zij
vieren

Onvoltooid verleden tijd (simple past)

ik
vierde
jij
vierde
hij/zij/het
vierde
wij
vierden
jullie
vierden
zij
vierden

Voltooid tegenwoordige tijd (present perfect)

ik
heb gevierd
jij
hebt gevierd
hij/zij/het
heeft gevierd
wij
hebben gevierd
jullie
hebben gevierd
zij
hebben gevierd

Toekomende tijd (future)

ik
zal vieren
jij
zult vieren
hij/zij/het
zal vieren
wij
zullen vieren
jullie
zullen vieren
zij
zullen vieren

Conditionalis (conditional)

ik
zou vieren
jij
zou vieren
hij/zij/het
zou vieren
wij
zouden vieren
jullie
zouden vieren
zij
zouden vieren

Imperative

jij
vier
u / jullie
viert
Practise this verb