ASAGN
Learn
Practice
Exams
Tests
Community
Culture
Tutors
Pricing
Organizations
Tools
عربي
Sign in
Create account
All Dutch verbs
vieren
to celebrate
Regular
hebben
Example
Wij vieren mijn verjaardag vandaag.
We are celebrating my birthday today.
Tegenwoordige tijd (present)
ik
vier
jij
viert
hij/zij/het
viert
wij
vieren
jullie
vieren
zij
vieren
Onvoltooid verleden tijd (simple past)
ik
vierde
jij
vierde
hij/zij/het
vierde
wij
vierden
jullie
vierden
zij
vierden
Voltooid tegenwoordige tijd (present perfect)
ik
heb gevierd
jij
hebt gevierd
hij/zij/het
heeft gevierd
wij
hebben gevierd
jullie
hebben gevierd
zij
hebben gevierd
Toekomende tijd (future)
ik
zal vieren
jij
zult vieren
hij/zij/het
zal vieren
wij
zullen vieren
jullie
zullen vieren
zij
zullen vieren
Conditionalis (conditional)
ik
zou vieren
jij
zou vieren
hij/zij/het
zou vieren
wij
zouden vieren
jullie
zouden vieren
zij
zouden vieren
Imperative
jij
vier
u / jullie
viert
Practise this verb
Related verbs
andwoorden
antwoorden
beantwoorden
bellen
bestellen
betalen