ASAGN
Learn
Practice
Exams
Tests
Community
Culture
Tutors
Pricing
Organizations
Tools
عربي
Sign in
Create account
All Dutch verbs
voelen
to feel
Regular
hebben
Example
Ik voel me vandaag erg goed.
I feel very good today.
Tegenwoordige tijd (present)
ik
voel
jij
voelt
hij/zij/het
voelt
wij
voelen
jullie
voelen
zij
voelen
Onvoltooid verleden tijd (simple past)
ik
voelde
jij
voelde
hij/zij/het
voelde
wij
voelden
jullie
voelden
zij
voelden
Voltooid tegenwoordige tijd (present perfect)
ik
heb gevoeld
jij
hebt gevoeld
hij/zij/het
heeft gevoeld
wij
hebben gevoeld
jullie
hebben gevoeld
zij
hebben gevoeld
Toekomende tijd (future)
ik
zal voelen
jij
zult voelen
hij/zij/het
zal voelen
wij
zullen voelen
jullie
zullen voelen
zij
zullen voelen
Conditionalis (conditional)
ik
zou voelen
jij
zou voelen
hij/zij/het
zou voelen
wij
zouden voelen
jullie
zouden voelen
zij
zouden voelen
Imperative
jij
voel
u / jullie
voelt
Practise this verb
Related verbs
andwoorden
antwoorden
beantwoorden
bellen
bestellen
betalen