All Dutch verbs

voelen

to feel

Regularhebben

Example

Ik voel me vandaag erg goed.

I feel very good today.

Tegenwoordige tijd (present)

ik
voel
jij
voelt
hij/zij/het
voelt
wij
voelen
jullie
voelen
zij
voelen

Onvoltooid verleden tijd (simple past)

ik
voelde
jij
voelde
hij/zij/het
voelde
wij
voelden
jullie
voelden
zij
voelden

Voltooid tegenwoordige tijd (present perfect)

ik
heb gevoeld
jij
hebt gevoeld
hij/zij/het
heeft gevoeld
wij
hebben gevoeld
jullie
hebben gevoeld
zij
hebben gevoeld

Toekomende tijd (future)

ik
zal voelen
jij
zult voelen
hij/zij/het
zal voelen
wij
zullen voelen
jullie
zullen voelen
zij
zullen voelen

Conditionalis (conditional)

ik
zou voelen
jij
zou voelen
hij/zij/het
zou voelen
wij
zouden voelen
jullie
zouden voelen
zij
zouden voelen

Imperative

jij
voel
u / jullie
voelt
Practise this verb